Toen ik van de wereld schoof… De juiste constellatie… … Aanvankelijk sleurde ik de vertrouwde omgeving met mij mee. Net als een tafelkleed waarin je met iets bent blijven haken… Een doorschijnend kleed… Bijna als water… Maar al gauw bleek ze te traag… Eerst scheurde ze en zat vol zwarte barsten; en toen spatte ze uiteen! Wegebbend… In vlug vervliegende mozaïekdeeltjes.., die in het niets oplosten. Ik zat op een soort ‘schuifaf’… Een ‘achtbaan’… Die nam mij mee uit rijden… Ik passeerde langs… Jja, langs wat passeerde ik eigenlijk? …Bizarre werelden? …Een reeks onmogelijkheden? Ik wist het niet… Intussen gleed ik maar verder.. Dan vlug, dan weer traag… Allerlei realiteiten lichten rondom mij even op, waren daar alsof ze er altijd al geweest waren.., speelden een stukje van hun film af en verdwenen dan weer even mysterieus als ze gekomen waren om nooit meer herinnerd te worden… Verder en verder ging de rit… Meestal bergafwaarts… Onderweg probeerde ik te bedenken wat er eigenlijk gebeurde… Diep in mij wist ik het! Ik was door een pure speling van het lot in een maalstroom terecht gekomen… Ik werd er door gegrepen en meegesleurd… Ik weet niet meer juist hoe lang geleden.., was ik nog ‘thuis’. …Alles leek ok! Ja toch? Niets wees erop dat ik zoiets zou gaan meemaken… Ik verkeerde in het gezelschap van mijn vrouw en enkele vrienden…We hadden juist nog iets gegeten…Ik was bezig thee in te schenken… Toen was er opeens die zware stem vanuit het alomtegenwoordige en uiterst respectabele niets die zei: “Iedereen instappen! De trein gaat nu vertrekken!” En toen veranderde er iets… Eigenlijk alles! Ik geloof niet dat ik nog de tijd heb gehad om vaarwel te zeggen tegen de toen aanwezigen… Het volgende ogenblik zat ik in die ‘railway’… Er moet iets geweest zijn dat een kettingreactie op gang heeft gebracht… Dat is de enige verklaring die ik er tot hiertoe heb voor kunnen vinden. Ik besefte ook gedurende al die tijd dat ‘ik’, d.w.z. mijn lichaam, niet echt van plaats veranderd was…En soms had ik de uiterst vreemde gewaarwording van op twee plaatsen tegelijk te zijn! Ergens ‘thuis’ in mijn zetel (iemand nam daar mijn hand vast) en … In de ‘railway’! En in de railway werd mijn aandacht volledig in beslag genomen door de zich rondom mij afspelende beeldenstorm. Ik herinner mij dat ik in een soort afdalende reeks zat, vrij kwantum-achtig, alsof mij pakketjes ‘leven’ werden aangeboden… Bizarre taferelen wentelden voorbij… Soms dacht ik dat ze mij iets wilden duidelijk maken… Zo zag ik bijvoorbeeld hoe mensen hun kinderen leerden op een ‘fatsoenlijke’ manier uit een glas te drinken! Deze gewoonte wordt niet zonder dwang over/aangenomen; wat inhoudt dat de kennis van kinderen ter zake meestal recht evenredig is met de felheid van hun arme roodgekleurde en pijnlijk brandende achterwerkjes. Het zal iedereen zo duidelijk wezen dat het gevolg van zulk handelen is; dat slechts enkelingen zich nog kunnen herinneren hoe heerlijk het is om vloeistof op een waarlijk onbeschaafde wijze mateloos naar binnen te gieten, zoals bijvoorbeeld barbaren dat zouden doen! Het echte ‘keelorgasme’ bleek daarmee bijna uit de wereld verdwenen. Uitgestorven, om ’t zo te zeggen… En nadat ik dan gezien had wat er te zien was, begonnen de beelden hun samenhang te verliezen om even later op te lossen, zonder enig spoor achter te laten… Op de een of andere manier heb ik vele van deze ‘pakketjes’ in mijn geheugen opgeslagen.., of verwerkt.., tot ombouwstof.., voor mijn fijnere lichamen… Dat besef ik nu… Andere, waarschijnlijk van onschatbare waarde, zijn als zeepbellen uiteen gespat voor ik ze kon (be)grijpen… Uit mijn waarnemingsbereik gedanst… Als atomen die zich ergens anders met een vreemde molecule gaan inlaten… De railway nam mij ook mee door het ‘verleden’… We kwamen voorbij plaatsen waar ik eens gewoond had… en ik zag mezelf weer de dingen doen en de woorden spreken zoals ik ze eens had gedaan en gesproken… Maar nu zat ik op de railway en zag alles vanuit een nieuw standpunt. Namelijk, dat van de toevallige voorbijkomer… Tegelijkertijd zag ik de consequenties van elke daad, van elk woord… Ja, van elke gedachte die ooit door mijn brein passeerde… Mijn ogen gingen verder en verder open… Ergens in mijn hersenen kraakten de zekeringen en flitsten op met fluoriserend licht… Maar… Ik had geen tijd om daarbij stil te staan, want daar was reeds een nieuw pakket dat zijn toverpoort opende! … Ik zat ergens in een school. De leraar tekende allerlei magische tekens op het bord, dat voor de gelegenheid driedimensionaal was… De verklarende uitleg, bij de figuren op het bord, klonk volledig logisch en verstaanbaar in mijn oren… Ik volgde, samen met de andere aanwezigen, die ik, evenals de leraar, enkel als gekleurde energievelden waarnam, een zeker kosmisch onderricht… Ons werd les gegeven in een onaardse wetenschap, die ergens met wiskunde in meer dan de vertrouwde drie dimensies te maken had. Het was mij volkomen duidelijk dat deze kennis een geweldig nut had in een groter geheel, waarvan wij, gewone stervelingen zijnde, slechts een klein pietluttig veld kunnen waarnemen … De lessen hadden een direct wijsheidsingrediënt… De gehele leer scheen hiermee verbonden… Er in essentie vanuit opbloeiend… Het was een leer, die vanuit het absolute licht der wijsheid door alle dimensies werd uitgestraald… Een perfect oerbeeld van de kosmische organisatie der scheppingen… Een plan voor een streefdoel waarin ieder wezen zijn plaats optimaal kon benutten… Ineens gingen we in een scherpe bocht waarbij ik bijna overboord werd gekieperd. Wat er daarvoor ook geweest was, het was nu voorgoed verdwenen… Weer zo’n bocht! Het voelde alsof de cabine van de rails was losgekomen. We vlogen door de lucht… Doorheen een tijdruimtepuzzel waar ik mij in het middelpunt van bevond. Een centrum van ontzettende wentelende energieën… Een Wezen – onbeschrijfelijk veel groter dan ik, samen met mijn hele bel vol routines en gewoontes van het dagelijkse leven in een kunstmatige levenssfeer – begon zich te openbaren… Dit Wezen; deze kosmos van wervelende krachtpatronen en bruisende energiestructuren; bewoog mij voort als een marionet, aan veelkleurige draadjes van lichtende informatie… Ik bevond mij in iets dat van binnenuit leek op een speeltuig… Waar eonenlang geduldig aan gewerkt was geweest door groepen van deze wezens… Als een proefstuk en tevens levend bewijs van hun kunde… Het wezen dat mij leidde leek bijzonder in zijn schik met de gang van zaken. Het ging helemaal op in zijn spel, dat er in bestond de gekleurde draadjes om beurt te laten oplichten… Het maakte daarbij gebruik van diepe zoemtonen… Stilaan begon ik mij bewust te worden van de ware omvang van het door mij gade geslagene… Het alzo dagende besef van de aard van de stand der zaken deed mij krimpen tot een nietig atoom… Ik stelde vast dat ik, weliswaar van ontzag vervuld, aan het staren was in de peilloze diepten van de ogen van een ‘mijzelf’ uitstralend wezen… Mijn bewustzijn werd vermengd met het hare… Mijn broze ballontje implodeerde geluidloos onder de druk en de gedematerialiseerde bouwstukken ervan losten ogenblikkelijk weer op in het etherische lichaam van mijn ‘gastvrouw’… Een bel weerklinkt en daarna een schril gefluit. De trein komt weer in beweging. De wagons schudden… Langzaam verdwijnt het station en we rijden een donkere tunnel binnen… Het wordt pikkedonker in de wagon. Om de een of andere reden is de verlichting niet aangegaan…. De cadans van de wielen die over de sporen razen wordt de achtergrond voor een weemoedige symfonie… Geleidelijk verandert de muziek en wordt chaotischer… Een scherp gekletter, als van een applaus door duizend handen, boort er doorheen… Plotseling schiet ik wakker en besef onmiddellijk dat ik in slaap moet zijn gesukkeld en gedroomd heb… Ik kan mij er niets meer van herinneren. Dat gebeurt zo met de meeste van mijn dromen… Ik schud de laatste resten slaap uit mijn hoofd, gehoor gevend aan een dringende noodkreet vanuit mijn motorische instinctieve lagen… Dan wordt ik mij met een schok weer helder bewust van de situatie! De vogels boven mij zijn onheilspellend in aantal toegenomen en braken luidkeels hun verwensingen uit in de vochtige zware groengekleurde lucht… De geur van de rottende vegetatie overal om mij heen dringt diep in mij door en maakt me misselijk… Ik ben moe, maar mag het nu niet opgeven… Nu nog niet..! Ik moet en zal het onzalige bericht van onze nederlaag nabij de Rookvelden overbrengen naar het fort op de berg! Ik moet er geraken, opdat de nodige maatregelen getroffen zouden kunnen worden om de noodzakelijke voorraden op te slagen en de vesting daarna hermetisch af te sluiten… Ik weet dat drie dagen geleden de laatste poging werd ondernomen om de oprukkende horden ‘redelozen’ tot staan te brengen en ‘in te lichten’… Tevergeefs!… Een mislukking… Die voorzien was, maar, niettemin diende te worden uitgevoerd. Een missie die er opuit was gestuurd om de ‘laatste sluitende informatie’ in te winnen i.v.m. de mogelijke beïnvloeding van de ‘redelozen’ door onze magische vermogens… Het had een omgekeerd effect gehad en wakkerde de woede in hun gelederen aan tot een alles verschroeiende waanzin! Huilend en vloekend en uitzinnig lachend overschreeuwden ze iedere magische toon die werd uitgezonden… Iedere fijne trilling werd door hen onmiddellijk omgezet naar de ermee corresponderende submateriële variant in de vibraties van haat! Zij gloeiden op tot enorme vuurballen die weerzinwekkende astrale schepsels uitbraakten, waaronder… Plotseling storten twee grote vogels tegelijk op mij neer! Een ervan pikt gelijk mijn rechteroog uit! De andere snokt een lap vlees uit mijn borst en vliegt er krijsend mee weg… De eerste heeft zich in mijn schouder vastgeklauwd en pikt in mijn hoofd. Ik maak onder de afschuwelijke pijn zijn poten van mij los en vermorzel met één slag zijn kop op de rotsen… Het bloed gutst uit mijn oogkas en druipt langs mijn lichaam naar beneden… Ik moet de rivier vinden! Deze stroomt enige tientallen meters links van mij… Hij is vuil, zijn water dik en papperig met een rossige tint… Maar hij is warm… Na enkele stappen laat ik mij voorover vallen en voel mezelf wegzinken in een zoete droom… Ik baadt in een zeer aangename warmte… Zaligheid omspoelt mij langs alle kanten… Ik proef een zoete substantie… Ik herinner mij hoe ik als kind chocolade at… Ik liet de platte brei eindeloos langs alle plekjes in mijn mond zwemmen, zwijmelend van het genot, opgewekt door deze kwijlverwekkende culinaire excessie… Ik herinner mij de naam van de koningin niet meer!… Ik hoor haar stem ergens vanuit de verte, maar kan de woorden niet verstaan… Maar het wordt steeds onbelangrijker… Nu is het donker… En dan een fel licht dat de nacht in een klap wegvaagt! De trein vliegt uit de tunnel en zwaait aan zijn kabel door een lange bocht. Ineens is er de aanblik van de oceaan… Vlak voor mij uit… Ik zit in de voorste wagon en kijk door de enorme voorruit. Een tiental meter onder mij raast de branding reeds voorbij… Ik kijk naar beneden door de transparante vloer naar de azuurblauwe rimpelloze oceaan… Het is een kolossaal egaal kleurvlak waarin gouden lichtpunten verschijnen… Waarschijnlijk sterren… Dit geeft een welbepaalde dieptewerking op het blauwe oppervlak… Het wordt meerdimensionaal… Het wordt een ruimte waarin lichtgevende schimmige punten dwalen… Ik zweef er tussen… Ik ben één van hen… We worden voortgedreven door een warme wind… Ik beleef een ongelofelijk gevoel van vrijheid… Als lichtende wezentjes zijn wij een deeltje van een groots opgezet plan… We zijn op een telepathische manier met elkaar verbonden, maar onze breinen zijn volgens een heel ander procédé ontwikkeld dan aardse breinen… Ze zijn een ingewikkelde elektrische constructie… Wij zijn als afzonderlijk functionerende hersencellen van een superbrein… Op dat ogenblik wordt ik mij bewust in het lichaam van een kind, dat voor een spiegel staat naar zichzelf te kijken… Ik ben het!.. Mijn armen en benen zijn geheel omwonden met witte windels… Ik zie eruit als een minimummie… Ik evalueer het beeld in de spiegel, omdat ik van plan ben buiten te gaan spelen… De windels heb ik zelf aangebracht om de zweren te verbergen, die mij helemaal bedekken… Ik ben al zolang binnen gebleven!… Nu wil ik naar buiten… Mijn hele lijf jeukt onder de verbanden… Ik voel mij een gevangene… Een vreemd geval… Ik ben geen kind zoals de andere… De andere kinderen in mijn omgeving zijn vrij… Ze doen wat in hen opkomt en amuseren zich rot… Ik mag dat niet! …Ik heb heel strenge ouders, die zich echter weinig om mij bekommeren… Ze willen van mij iets maken dat ik niet ben – niet wil zijn… Ze zien mijn ‘echte’ ik niet… Na een laatste blik in de spiegel wandel ik de kamer uit, de trap af, de deur uit, de straat op… Ik ga op zoek naar mijn vriendjes… De straten zijn verlaten… Na enkele minuten lopen kom ik aan de laatste huizen voor het kanaal… Daar barst er een geweldig onweer los… Overal in de lucht rondom mij zie ik bliksemschichten kronkelen als veelarmige slangen… Het begint nu ook te regenen… De temperatuur daalt aanzienlijk… De regen striemt in mijn gezicht… Ik zoek dekking in een deurportaal… Ik sta te bibberen van de kou… Ik wacht en ik denk… Maar mijn gedachten zijn chaotisch… Ik ben ’s avonds thuis vertrokken… Ik zou naar Frankrijk liften… Amiens… Ik sta ergens in Antwerpen, waar veel vrachtwagens geparkeerd staan en dus vrachtwagenchauffeurs zijn… Wat sta ik daar eigenlijk te doen?… Te staren in het ijle?… Ik wacht op de dageraad… Omstreeks vijf uur ’s morgens wandel ik langs de Scheldekaaien als een dolende ridder… Een vreemdeling… Een zelfkastijder… De stad zindert… Ze gloeit… Ze slokt mij op… Ik leef in haar… Ze wordt mijn artificiële jachtterrein… Mijn speelbord… Een openbare wildernis, waar de wetten van de sterkste en de leepste heersen… Niet de wetten van de wijste.. De stad wordt in astrale nevels gehuld… Ik kijk naar mijn handen… Ze liggen op de leuning van een vreemde stoel… Ze zijn vastgegespt… Ook mijn hoofd zit vast… Twee metalen dingen drukken langs weerszijden tegen mijn slapen… De stoel, waarop ik zit, komt in beweging… Hij kantelt achterwaarts,zodat ik horizontaal kom te liggen… Met een klik komt hij tot stilstand… Vanuit het plafond verschijnen verschillende lichtbundels… Ze doen mij aan gekleurde lazerstralen denken… Een ervan oefent druk uit op mijn keel… Het kriebelt in mijn adamsappel… Een andere dringt mijn hoofd binnen op een punt tussen mijn wenkbrauwen en houdt daar een soort van deining gaande… Een derde kronkelt rond mijn hart en streelt het zacht… Een vierde rukt met korte snokjes aan mijn navel… Er draait er een gedurig rond mijn hele lichaam en nog een andere gaat mijn schedel binnen via de kruin… Heel mijn lichaam begint traag te ‘vibreren’… Het vertrekt vanuit mijn voeten en werkt zich stilaan naar boven… De trilling wordt alsmaar vlugger naarmate ze zich hoger verplaatst tot ze als hyperfrequentie langs mijn kruin verdwijnt… Dan is er iets als een elektrische ontlading… Een bliksemflits… Een zweepslag! Vanuit mijn staartbeen, door mijn ruggengraat, naar mijn hersenpan! Met een doffe knal vliegt mijn brein aan flarden! De brokstukken zweven in de ruimte rond als speelballetjes van onbepaalbaarheid… Ik kijk er met ontzetting naar…(Ben ik nu dood?) Als sneeuwvlokjes dwarrelen ze weer naar beneden…Om als een laag stof de gapende wonde van mijn ontplofte hersenpan te bedekken… Ik ontwaak in een vreemd bed in een vreemde kamer… Ik lig gekleed op bed… Ik hou een stuk papier in mijn hand… Het is een afgescheurde pagina uit een tijdschrift… In grote letters staat daar te lezen: HERE I LIE IN MY HOSPITAL BED… Het artikel gaat over de Rolling Stones… Ik sta op en verlaat de kamer… Ik loop er wat slordig bij door een helverlichte gang… Ik bevind mij in een ziekenhuis… Overal staan mensen in pyjama’s en kamerjassen naar mij te kijken, alsof ik een eenmansprocessie ben… Ik wandel doelbewust gewoon verder… Achter mij stijgt gemompel op… Slecht op mijn gemak loop ik een trap af die uitkomt op een grote hal… Hier is het te druk om opgemerkt te worden… Opgelucht wandel ik door de uitgang naar buiten… Een weiland in… Alles zingt in mij… Een zware last valt van mijn schouders… De wereld beantwoordt volkomen aan wat er van hem verwacht wordt! Ik geniet van iedere ademtocht… Iedere beweging… Iedere gedachte die door mijn hoofd speelt…….

Leave a Reply

Your e-mail address will not be published. Required fields are marked *